afmattende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·mat·ten·de

Bijvoeglijk naamwoord

afmattende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van afmattend

Werkwoord

vervoeging van
afmatten

afmattende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van afmatten