afhollen
Uiterlijk
- af·hol·len
afhollen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| afhollen |
holde af |
afgehold |
| zwak -d | volledig | |
- overgankelijk allemaal haastig bezoeken
- ▸ Leeft Mark Rutte nog? Temidden van [sic!] de hoogoplopende consternatie over de mogelijk vertrekkende Balkenende, de splinternieuwe Job Cohen, de herboren Halsema, de stuntman Wilders en de studio’s afhollende Pechtold, is het opvallend stil rond de VVD-lijsttrekker.[2]
- ▸ Timothy Castagne mocht bij Atalanta de rechterflank op- en afhollen en voelde zich in zijn sas in die rol.[3]
- overgankelijk naar beneden rennen over
- Het woord afhollen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afhollen" herkend door:
| 53 % | van de Nederlanders; |
| 71 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Let op Rutte!” (07/04/2010), HP de Tijd - ↑
Weblink bron vtvn“Milan en Atalanta dollen met tegenstand, Anderlecht-doelwit mist, nederlaag voor Arsenal” (23/11/2017), De Standaard - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 53 %
- Prevalentie Vlaanderen 71 %