afgewezen
Uiterlijk
- af·ge·we·zen
| vervoeging van: | afwijzen… |
| verbogen vorm: | afgewezene |
afgewezen
- voltooid deelwoord van afwijzen
- ▸ Hoewel Denise aandrong om mee te gaan, had ze dit resoluut afgewezen.[1]
- ▸ We waren afhankelijk van elkaar zonder elkaar echt te kennen, zoals alleen jonge mensen dat kunnen, mensen die nooit hun neus hebben gestoten of gekwetst of afgewezen zijn, die alles met elkaar delen en de fout begaan om te denken dat de ander de oplossing is voor hun eigen verwarrende som.[2]
- Het woord afgewezen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑ Jessie Burton (vert.Marja Borg)“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704