afgeleid
Uiterlijk
- af·ge·leid
| vervoeging van: | afleiden… |
| verbogen vorm: | afgeleide |
afgeleid
- voltooid deelwoord van afleiden
- ▸ ' rimpels, die heeft de botoxman zorgvuldig weggespoten, maar er komen onverwachte schaduwen naar Ik pak haar hand vast en wil me omhoog laten trekken, maar haar aandacht is afgeleid.[1]
- ▸ Ik keek naar de deur, afgeleid door het geraas van de regen die als een waterval op het grijze trottoir viel.[2]
- Het woord afgeleid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "afgeleid" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be