afgebladderd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·ge·blad·derd
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afbladderen

afgebladderd

  1. voltooid deelwoord van afbladderen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen afgebladderd
verbogen afgebladderde
partitief afgebladderds s -

Bijvoeglijk naamwoord

afgebladderd

  1. van verf dat deze van het geverfde voorwerp afvalt
  2. (figuurlijk) oud al grotendeels vergaan
     Want ik was niet naar Grand Hotel Europa gekomen om de tijd weemoedig te laten verglijden te midden van afgebladderde luxe en krakende glorie in passieve afwachting van een of ander inzicht, dat mij op een gegeven moment zou toevallen als een bloemblad uit een vergeeld boeket. Dat inzicht wilde ik afdwingen en daarom moest ik aan het werk.[1]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), ISBN 978-90-295-2622-7, p. 19