aemulari

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /ˌaemʊˈlaːrɪ/
Woordafbreking
  • ae·mu·la·ri
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. pass.
1e pers. enk.
ind. perf. pass.
aemŭlāri aemŭlor aemŭlātus sum
eerste vervoeging volledig deponent

Werkwoord

aemŭlāri

  1. navolgen, nastreven, wedijveren (met: + acc.)
  2. afgunstig zijn, benijden
Afgeleide begrippen