navolgen
Uiterlijk
- na·vol·gen
- samenstelling van na bw en volgen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| navolgen |
volgde na |
nagevolgd |
| zwak -d | volledig | |
navolgen
- ergatief achter iemand aan gaan
- De discipelen had hun netten in de steek gelaten en waren Jesus nagevolgd.
- overgankelijk het voorbeeld van iemand volgen
- Zijn innovatie werd door velen nagevolgd.
- overgankelijk een regel of voorschrift nauwkeurig in de praktijk brengen
- De normen op dat gebied worden niet altijd precies nagevolgd.
- Het woord navolgen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "navolgen" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Ergatief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %