Naar inhoud springen

navolgen

Uit WikiWoordenboek
  • na·vol·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
navolgen
volgde na
nagevolgd
zwak -d volledig

navolgen

  1. ergatief achter iemand aan gaan
    • De discipelen had hun netten in de steek gelaten en waren Jesus nagevolgd. 
  2. overgankelijk het voorbeeld van iemand volgen
    • Zijn innovatie werd door velen nagevolgd. 
  3. overgankelijk een regel of voorschrift nauwkeurig in de praktijk brengen
    • De normen op dat gebied worden niet altijd precies nagevolgd. 
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be