adoptant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adop·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord adoptant adoptanten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

adoptant m

  1. iemand die een kind adopteert

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Werkwoord

adoptant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van adopter