adopteren
Uiterlijk
- adop·te·ren
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aannemen als kind’ voor het eerst aangetroffen in 1553 [1]
- afgeleid van het Franse adopter of daarvoor van het Latijnse 'adoptare' (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| adopteren |
adopteerde |
geadopteerd |
| zwak -d | volledig | |
adopteren
- overgankelijk een kind aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is
- voor iets zorgen alsof het van jezelf is
- De historische vereniging adopteerde verschillende monumenten in de stad en zorgde ervoor dat ze goed onderhouden bleven.
- Het woord adopteren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "adopteren" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "adopteren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Wiktionnaire
- ↑ adopteren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %