Naar inhoud springen

adopteren

Uit WikiWoordenboek
  • adop·te·ren
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aannemen als kind’ voor het eerst aangetroffen in 1553 [1]
  • afgeleid van het Franse adopter of daarvoor van het Latijnse 'adoptare' (met het achtervoegsel -eren) [2] [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
adopteren
adopteerde
geadopteerd
zwak -d volledig

adopteren

  1. overgankelijk een kind aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is
    • Adopteren doet men voornamelijk binnen de eigen familie, maar ook internationale adoptie komt veelvuldig voor. 
     Na de begrafenis had Johannes aangeboden om Hannah te adopteren maar de gedachte dat haar achternaam daarmee zou veranderen bracht Hannah in verlegenheid.[4]
  2. voor iets zorgen alsof het van jezelf is
    • De historische vereniging adopteerde verschillende monumenten in de stad en zorgde ervoor dat ze goed onderhouden bleven. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]