adellijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adel·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘lang bewaard (van vlees)’ voor het eerst aangetroffen in 1780 [1]
  • Afleiding van adel met het achtervoegsel -lijk.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen adellijk adellijker adellijkst
verbogen adellijke adellijkere adellijkste
partitief adellijks adellijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

adellijk

  1. (adel) van of behorende tot de adel
    • Hij is lid van een adellijk geslacht. 
  2. (van vlees) op het punt om tot bederf over te gaan.

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen