actievoeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ac·tie·voe·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
actievoeren
voerde actie
actiegevoerd
zwak -d volledig

Werkwoord

actievoeren

  1. inergatief (politiek) actie ondernemen om te trachten een (politiek) doel te bereiken
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be