abgeschmackt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈapɡəʃmakt/
Woordafbreking
  • ab·ge·schmackt
stellend vergrotend overtreffend
abgeschmackt
/ˈapɡəʃmakt/
abgeschmackter
/ˈapɡəʃmaktɐ/
am abgeschmacktesten
/am ˈapɡəʃmaktəstn̩/
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

abgeschmackt

  1. zouteloos; wansmakelijk
    «Der Politiker war für seine abgeschmackten Reden bekannt.»
    De politicus was bekend vanwege zijn zouteloze gepraat.
    «Auf der Veranstaltung wurde sie von mehreren alten Herren auf äußerst plumpe Art und Weise bedrängt und mit abgeschmackten Komplimenten überschüttet.»
    Op de bijeenkomst werd zij door meerdere oude heren op uiterst plompe wijze benauwd en met zouteloze complimenten overladen.
    «Nichts ist abgeschmackter als die Reaktion der von den Iren vorgeführten politischen Elite Europas, deren Projekt die Verfassung war.[1]»
    Niets is wansmakelijker dan de reactie van de door de Ieren gedesavoueerde politieke elite van Europa, wier project de grondwet was.
    «Am abgeschmacktesten sind jedoch die Schriftzüge, die er wie falsch platzierte Untertitel durchs Bild laufen lässt, die aber nichts untertiteln, sondern nur in der gleichen Sprache wiederholen, was ohnehin gerade jemand gesagt hat.[2]»
    Het zouteloost zijn echter de teksten die hij als misplaatste ondertitels door het beeld laat lopen en die niets ondertitelen, maar enkel in de eigen taal herhalen wat iemand zojuist gezegd heeft.
Synoniemen
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen