abgeschmackter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: / ˈapɡəʃmaktɐ /
Woordafbreking
  • ab·ge·schmack·ter

Bijvoeglijk naamwoord

abgeschmackter

  1. vergrotende trap van abgeschmackt