aartsrivaal
Uiterlijk
- Geluid: aartsrivaal (hulp, bestand)
- IPA: / ˈartsrival / (3 lettergrepen)
- aarts·ri·vaal
- intensiverende afleiding van rivaal met het voorvoegsel aarts-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | aartsrivaal | aartsrivalen |
| verkleinwoord | aartsrivaaltje | aartsrivaaltjes |
de aartsrivaal m
- iemand die de belangrijkste rivaal is (sinds onheuglijke tijden)
- ▸ Volgens hem is ze zojuist haar aartsrivaal, Stringfellow, met anderhalve punt gepasseerd.[1]
- Het woord aartsrivaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "aartsrivaal" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “De schreeuw van het lam” (1994), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 902451990X - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Intensivering in het Nederlands
- Voorvoegsel aarts- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 96 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %