aarsgat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aars·gat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aarsgat aarsgaten
verkleinwoord aarsgaatje aarsgaatjes

Zelfstandig naamwoord

aarsgat o

  1. aars, anus

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.