Naar inhoud springen

aanzitten

Uit WikiWoordenboek
  • aan·zit·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanzitten
zat aan
aangezeten
klasse 5 volledig

áánzitten

  1. ~ aan: aan de maaltijd zitten.
    • Zij zaten aan aan het banket. 
     Ze vond het echter niet prettig om mee te moeten aanzitten.[1]
  2. aanraken, de handen leggen op iets.
    • Zij zaten overal aan. 
  • aanzitten aan
95 %van de Nederlanders;
90 %van de Vlamingen.[2]
  1. Victoria Holt
    “Gevangene van de Pasja” (1989), Saga, ISBN 9788726484915
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be