Noord
Uiterlijk
- Noord
| enkelvoud | bezitsvorm | meervoud | |
|---|---|---|---|
| naamwoord | Noord | Noords | - |
| verkleinwoord | - | - | - |
het Noord o
- Noorden, als aanduiding van een gebied dat in het Noorden ligt; de precieze betekenis hangt af van de context
- «Ellen woont al heel lang in de binnenstad, maar ze is ooit in Noord geboren.»
- een stadsdeel
- «Als het gaat om de wereldhandel hebben Noord en Zuid elkaar nodig.»
- de meer ontwikkelde landen
- «Ellen woont al heel lang in de binnenstad, maar ze is ooit in Noord geboren.»
| enkelvoud | bezitsvorm | meervoud | |
|---|---|---|---|
| naamwoord | Noord | - | - |
| verkleinwoord | - | - | - |
- Het woord Noord staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Eigennaam in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Rivier in het Nederlands
- Aardrijkskunde van Nederland in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal