Likkepot
Uiterlijk
- Lik·ke·pot
| enkelvoud | |
|---|---|
| nominatief | Likkepot |
| genitief |
Likkepot m
- naam voor de personificatie van de wijsvinger
- Naar bed, naar bed, zei Duimelot;/Eerst nog wat eten, zei Likkepot;/Waar zal ik het halen? vroeg Langelot; Uit Grootvaders kastje, zei Ringeling;/Dat zal ik verklappen, zei 't kleine ding. [3]
- Het woord 'Likkepot' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.