50-plusser

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 50-plus·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord 50-plusser 50-plussers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

50-plusser m

  1. (persoon) die ouder is dan 50
  2. man die ouder is dan 50

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016