zwerm
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwerm
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwerm | zwermen |
| verkleinwoord | zwermpje | zwermpjes |
Zelfstandig naamwoord
zwerm m
- een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
- Onze oogst werd opgevreten door een zwerm sprinkhanen.
Vertalingen
1. een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zwermen |
zwerm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
- Ik zwerm.
- gebiedende wijs van zwermen
- Zwerm!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwermen
- Zwerm je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /zwærm̩/ (Etsbergs)