swarm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
swarm swarms

Zelfstandig naamwoord

swarm

  1. zwerm


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /swɑrm̩/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

swarm m

  1. gemuteerd onverkleind nominatief meervoud van zwarm
  2. gemuteerd onverkleind accusatief meervoud van zwarm