zwartkijker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zwart·kij·ker
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zwartkijker | zwartkijkers |
| verkleinwoord | zwartkijkertje | zwartkijkertjes |
Zelfstandig naamwoord
zwartkijker m
- een pessimist
- zwartkijkers staan vaak niet volop in het leven.
- iemand die een televisietoestel in huis heeft zonder kijkgeld te betalen
- Televisiemaatschappijen krijgen steeds meer te maken met zwartkijkers.