zootje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • [1] zo·tje
  • [2] zoo·tje

Zelfstandig naamwoord

zootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zo
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zoo