zoo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoo
Woordherkomst en -opbouw
  • [zelfstandig naamwoord] Ontleend aan het Franse of Engelse zoo. De uitspraak doet een Franse herkomst vermoeden.
  • [bijwoord] Zie "zo".
enkelvoud meervoud
naamwoord zoo zoos
verkleinwoord zootje zootjes

Zelfstandig naamwoord

zoo m

  1. een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

zoo
  1. verouderde spelling van zo van vóór 1946/47
    Waarom loop je mij zoo straal voorbij, mijn schat?


Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zoo zoos

Zelfstandig naamwoord

zoo

  1. dierentuin


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoo
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zoo m

  1. (dierkunde), (afkorting), (verkorting) dierentuin, zoo, diergaarde
Verbuiging
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • London zoo
De Londense dierentuin


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • zoo
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

zoo m

  1. (dierkunde), (afkorting), (verkorting) dierentuin, zoo, diergaarde
Verbuiging
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • London zoo
De Londense dierentuin


Spaans

enkelvoud meervoud
zoo zoos

Zelfstandig naamwoord

zoo m

  1. dierentuin, zoo, diergaarde
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen