zondig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·dig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zondig zondiger zondigst
verbogen zondige zondigere zondigste

Bijvoeglijk naamwoord

zondig

  1. (religie) goddelijke voorschriften of verboden schendend
    Mensen zijn uiterst zondige wezens.

Werkwoord

vervoeging van
zondigen

zondig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zondigen
    Ik zondig.
  2. gebiedende wijs van zondigen
    Zondig!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zondigen
    Zondig je?