zonde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- zon·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zonde | zonden zondes |
| verkleinwoord | zondetje | zondetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een overtreding van een goddelijke wet of regel
- jammer, iets dat te betreuren is
- Dat is zonde van zo'n mooie dag.
Vertalingen
1. een overtreding van een goddelijke wet of regel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| zonnen |
zonde
- enkelvoud verleden tijd van zonnen
- Ik zonde.
- Jij zonde.
- Hij, zij, het zonde.
- Ik zonde.