zitplaats

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zit·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zitplaats zitplaatsen
verkleinwoord zitplaatsje zitplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

zitplaats

  1. een plaats waar men kan zitten
    Dit theater telt driehonderd zitplaatsen.
Antoniemen
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen