zegevieren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ge·vie·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zegevieren
zegevierde
gezegevierd
zwak -d volledig

Werkwoord

zegevieren

  1. de overwinning behalen
    Romeinse legioenen die zegevierden werden vaak beloond met een indrukwekkende triomftocht.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl