zegevieren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ze·ge·vie·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| zegevieren |
zegevierde |
gezegevierd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
zegevieren
- de overwinning behalen
- Romeinse legioenen die zegevierden werden vaak beloond met een indrukwekkende triomftocht.