zege

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ze·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord zege zeges
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zege m

  1. overwinning
    De thuisclub behaalde een belangrijke zege.
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

zege

  1. verbogen vorm van de stellende trap van zeeg
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen