zege
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ze·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zege | zeges |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- overwinning
- De thuisclub behaalde een belangrijke zege.
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
zege
- verbogen vorm van de stellende trap van zeeg