wisselgeld

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wis·sel·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wisselgeld -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wisselgeld o

  1. geld dat men terugontvangt bij het inwisselen van groot geld of na een betaling met een groter bedrag dan men verschuldigd is
  2. kleingeld
  3. kleine concessie om een plan als geheel aanvaard te krijgen
    De mensenrechten mogen niet als wisselgeld worden gebruikt
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen