wip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kinderen op een wip.

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • wip
1 enkelvoud meervoud
naamwoord wip wippen
verkleinwoord wipje wipjes

Zelfstandig naamwoord

2 enkelvoud meervoud
naamwoord wip -
verkleinwoord - -

wip

  1. v/m een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
    De kinderen vermaakten zich op de wip en de schommel van de speeltuin.
  2. m het wippen
    Na een enkele wip met zijn staart vloog de vogel op.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de wip zitten
ongedurig zijn, zijn ongeduld of onrust nauwelijks kunnen bedwingen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
wippen

wip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
    Ik wip.
  2. gebiedende wijs van wippen
    Wip!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wippen
    Wip je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord wip wippe

Zelfstandig naamwoord

wip

  1. wip
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen