schommel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een schommel in het India van 1755.

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schom·mel
enkelvoud meervoud
naamwoord schommel schommels
verkleinwoord schommeltje schommeltjes

Zelfstandig naamwoord

schommel m

  1. een hangend speeltuig bestaande uit touw en een zitje
    Die schommel is erg in trek bij de kinderen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schommelen

schommel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schommelen
    Ik schommel.
  2. gebiedende wijs van schommelen
    Schommel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schommelen
    Schommel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen