wippen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wip·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wippen |
wipte |
gewipt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
wippen
- (inergatief) op en neer bewegen
- De kinderen werden ongeduldig onder het lange betoog en begonnen te wippen en te wriemelen.
Zelfstandig naamwoord
wippen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wip