wetenschapper
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- we·ten·schap·per
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wetenschapper | wetenschappers |
| verkleinwoord | wetenschappertje | wetenschappertjes |
Zelfstandig naamwoord
wetenschapper m
- (beroep) iemand die de wetenschap beoefent
- Er is in dat gebouw een conferentie van wetenschappers.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. iemand die de wetenschap beoefent
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.