weergalm
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- weer·galm
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| weergalmen |
weergalm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weergalmen
- Ik weergalm.
- gebiedende wijs van weergalmen
- Weergalm!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van weergalmen
- Weergalm je?