echo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: echo (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈɛ.χo/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈɛ.xo/
Woordafbreking
- echo
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | echo | echo's |
| verkleinwoord | echootje | echootjes |
Zelfstandig naamwoord
echo m
- (muziek) een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid
- (elektronica) een herhaald elektronisch signaal
- (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter e
Synoniemen
- [1,2] reflectie, weerkaatsing, nagalm, naklank
Hyperoniemen
- [3] spellingalfabet
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| echoën |
echo
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van echoën
- Ik echo.
- gebiedende wijs van echoën
- Echo!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van echoën
- Echo je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Slowaaks
Zelfstandig naamwoord
echo o