-schap
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
| Huidig bestand |
|---|
| 26 |
Uitspraak
- IPA: /sxɑp/
Woordafbreking
- -schap
Achtervoegsel
-schap
- v: maakt van een bijvoeglijk naamwoord een zelfstandig naamwoord dat een toestand aanduidt
- zwanger → zwangerschap
- blij(de) → blijdschap
- o: omschrijft een geheel of een instelling dat iets omvat, vaak op basis van een zelfstandig naamwoord
- land → landschap
- water → waterschap