wankel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan·kel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wankel wankeler wankelst
verbogen wankele wankelere wankelste

Bijvoeglijk naamwoord

wankel

  1. wat niet stevig staat
    Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat.
  2. (figuurlijk) onbestendig
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: wankel op zijn benen
  • [2]: een wankele gezondheid hebben
dikwijls ziek zijn, vatbaar zijn voor ziekten
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
wankel wankeler het wankelst

Bijwoord

wankel

  1. in wankele wijze
  2. (figuurlijk) in onbestendige wijze

Werkwoord

vervoeging van
wankelen

wankel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
    Ik wankel.
  2. gebiedende wijs van wankelen
    Wankel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wankelen
    Wankel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen