vulling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vul·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vulling vullingen
verkleinwoord vullinkje vullinkjes

Zelfstandig naamwoord

vulling v

  1. het materiaal waarmee iets opgevuld is
    Deze soes heeft een vulling van room met geprakte aardbeien.


Veluws

Zelfstandig naamwoord

vulling

  1. veulen