charge
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- char·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | charge | charges |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- gesloten aanval van de politie of van de cavalerie (cavaleriecharge)
- vervoersovereenkomst tussen bevrachter en schipper
- lading of batch in een produktieproces (zie chargenummer)
Limburgs
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
charge m