vullen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vul·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vullen |
vulde |
gevuld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vullen
- vol maken
- Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar?
- opvullen.
- Jij kan je tijd hier wel vullen.