voorvader

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·va·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorvader voorvaderen,
voorvaders
verkleinwoord voorvadertje voorvadertjes

Zelfstandig naamwoord

voorvader m

  1. (familie) mannelijk persoon van wie een volk, een clan of een familie afstamt; ook bij dieren
    -De Britse voorvaders kwamen uit Bretagne, wat nog steeds in de naam is te herkennen.
    -Wolven, voorvaders van de hond, leven in hoogst georganiseerde sociale groepen.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen