vooruitzicht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·uit·zicht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vooruitzicht vooruitzichten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vooruitzicht o

  1. datgene wat men redelijkerwijs te verwachten heeft in de naaste toekomst
    De economische vooruitzichten zijn een stuk zonniger dan voorheen.
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen