verwachting

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·ting
enkelvoud meervoud
naamwoord verwachting verwachtingen
verkleinwoord verwachtinkje verwachtinkjes

Zelfstandig naamwoord

verwachting v

  1. datgene wat verwacht wordt.
    De verwachting is uitgekomen.
Vertalingen
Afgeleide begrippen
Persoonlijke instellingen