volhouden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vol·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| volhouden |
hield vol |
volgehouden |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
volhouden
- (overgankelijk) doorgaan met iets ondanks tegenslag, tegenspraak of vermoeidheid
- Hij hield vol dat hij er niets mee te maken had.
- Het element van verrassing werd volgehouden tot op het moment van de onthulling.