volhouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volhouden
hield vol
volgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

volhouden

  1. (overgankelijk) doorgaan met iets ondanks tegenslag, tegenspraak of vermoeidheid
    Hij hield vol dat hij er niets mee te maken had.
    Het element van verrassing werd volgehouden tot op het moment van de onthulling.
Vertalingen