vloeien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈvlujə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈvlujə(n)/
Woordafbreking
- vloei·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vloeien |
vloeide |
gevloeid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vloeien
- (ergatief) zacht stromen
- De honing was uit de omgevallen pot gevloeid.
- ~ van papier: inkt opzuigen
- (overgankelijk) met vloeipapier droogmaken
- Hij vloeide voorzichtig het opstel dat hij met zijn kroontjespen geschreven had.