vinter
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- vin·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord vetr.
| Naar frequentie | 5045 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
vinter m
- winter, wintertijd
- «Den beste pleien for huden om vinteren er gode fuktighetskremer.»
- De beste zorg voor je huid in de winter zijn goede vochtinbrengende crèmes.
- «Den beste pleien for huden om vinteren er gode fuktighetskremer.»
- (astronomie) de astronomische winter (noordelijk halfrond: van 21 december tot 20/21 maart; zuidelijk halfrond: van 21 juni tot 22/23 september).
- (meteorologie) de meteorologische winter (de periode waarin de temperatuur voor de normale dag op de juiste plaats onder 0 ° C ligt).
Verbuiging
| m | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | vinter | vinteren | vintere vintre vintrer |
vinterne vintrene |
| genitief | vinters | vinterens | vinteres vintres vintrers |
vinternes vintrenes |
Afgeleide begrippen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- vin·ter
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Oudnoorse woord vetr.
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | vinter | vinteren | vintrar | vintrane |
Zelfstandig naamwoord
vinter m
- winter, wintertijd
- (astronomie) de astronomische winter (noordelijk halfrond: van 21 december tot 20/21 maart; zuidelijk halfrond: van 21 juni tot 22/23 september).
- (meteorologie) de meteorologische winter (de periode waarin de temperatuur voor de normale dag op de juiste plaats onder 0 ° C ligt).
Afgeleide begrippen
Zweeds
Zelfstandig naamwoord
vinter g
Verbuiging
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | vinter | vintern | vintrar | vintrarna |
| genitief | vinters | vinterns | vintrars | vintrarnas |