vijs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vijs
1. en 2. enkelvoud meervoud
naamwoord vijs vijzen
verkleinwoord vijsje vijsjes

Zelfstandig naamwoord

vijs v/m

  1. Belgische woord voor schroef in de betekenis van ijzeren staafje of kegeltje met schroefdraad dat gebruikt wordt om voorwerpen vast te maken.
    Te koop: muurhaken,nagels,vijzen en pluggen.

Werkwoord

vervoeging van
vijzen

vijs

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzen
    Ik vijs.
  2. gebiedende wijs van vijzen
    Vijs!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vijzen
    Vijs je?