vijzen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vij·zen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vijzen
vees
gevezen
klasse 1 volledig

Werkwoord

vijzen

  1. het in- of uitdraaien van een schroef
    Je vijst deze twee schroeven tot ze vastzitten.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
  • vastvijzen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

vijzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord vijs