vise

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·se
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord vísa.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vise
viser
viste
vist
Klasse 2 zwak

Werkwoord

vise

  1. wijzen, tonen, laten zien, aanwijzen, betonen
  2. blijken, aantonen, tonen
  3. verwijzen (naar)
  4. bewijzen, aantonen
  5. vertonen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

vise g

  1. wijs
Verbuiging
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·se
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord vísa.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vise
viser
viste
vist
Klasse 2 zwak

Werkwoord

vise

  1. wijzen, tonen, laten zien, aanwijzen, betonen
  2. blijken, aantonen, tonen
  3. verwijzen (naar)
  4. bewijzen, aantonen
  5. vertonen
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

[A] vise v

  1. wijs
Verbuiging
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

[B] vise m

  1. aar
  2. blad, stengel
  3. bloem, bloesem
  4. kiem
Verbuiging
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen